Leiden Religie Blog

Verlichting was geen oorlog tussen rede en religie

Geplaatst in
Verlichting was geen oorlog tussen rede en religie

Moet de Verlichting worden beschouwd als een blijk van vooruitgang of juist als een teken van verderf? Een boek en een discussie met de expert op dit gebied, Jonathan Israel, werpen hier meer licht op.

Op zaterdag 19 oktober 2013 werd in Leiden het boek Verlichting in Nederland 1650-1850. Vrede tussen Rede en Religie? (Vantilt, Nijmegen) gepresenteerd. Bij die gelegenheid lieten eindredacteur dr. Jan Wim Buisman, columnist dr. Bart-Jan Spruyt en professor Ernestine van der Wall hun licht schijnen over deze materie, gevolgd door een reactie van de internationale autoriteit op dit gebied, professor Jonathan Israel van het Institute for Advanced Study te Princeton. Zij kwamen echter niet tot een eensluidend oordeel over de vraag of de Verlichting moet worden beschouwd als een blijk van vooruitgang of juist als een teken van verderf.

Mystiek

Voor Israel is de Verlichting een in essentie seculiere stroming. En al is hij genuanceerd genoeg om te onderscheiden tussen een radicale en een gematigde variant, het seculiere denken blijft voor hem toch het criterium bij uitstek om dit verschil te benoemen.

De ware Verlichting is voor hem derhalve de radicale, antigodsdienstige denkrichting zoals gerepresenteerd door de filosoof Spinoza. Tegen deze opvatting is het nodige verzet gerezen, al was het maar omdat de Verlichting volgens velen meer is dan de kraamkamer van het moderne wereldbeeld of het 21e-eeuwse atheïsme.

Zelfs hij die zou willen ontkennen dat de door en door rationalistische Spinoza onvermoede mystieke kanten bezat, zal moeten toegeven dat de Joodse filosoof in een mystieke tijd leefde. Niet toevallig vond Spinoza onderdak bij een kleine groep ‘vrije’ christenen, de Rijnsburger Collegianten, die zich door hun ondogmatische houding even verlicht als mystiek betoonden.

We doen de gematigde Verlichting dan ook onrecht door haar slechts als een uitvloeisel of zelfs als een slap aftreksel van de radicale Verlichting te beschouwen. Want enerzijds is het omgekeerde minstens even waar, omdat juist de gematigde Verlichting met haar aloude pleidooi voor tolerantie de ruimte creëerde voor de radicale.

En anderzijds was het geen gebrek aan intellectuele durf maar integendeel de expressie van een diepe overtuiging dat de meeste vertegenwoordigers van de Verlichting de religie niet volstrekt verwierpen. Veeleer kozen zij ervoor hun denken en doen vorm te geven in een ‘vrij’ en seculier klimaat, min of meer onafhankelijk van het gezag van kerk en traditionele Bijbelinterpretatie.

Voor deze laatste opvatting kunnen we ook terecht bij de hedendaagse filosoof Charles Taylor die meent dat we de bronnen van het moderne, individuele denken voor een belangrijk deel kunnen zoeken in de religie zelf.

Oorlog

Duidelijk is in elk geval dat niet alle moderniteit seculier, laat staan atheïstisch is. Kennelijk kost het moeite om ons te ontworstelen aan een negentiende-eeuws evolutionair moderniseringsperspectief, volgens hetwelk sprake is van een eeuwenlange “oorlog tussen wetenschap en religie” waarin de Verlichting een beslissende veldslag zou zijn. Hoe belangrijk elementen als rationalisme en secularisatie op zichzelf ook zijn, een noodzakelijk en onomkeerbaar verlopend proces lijken zij toch niet te vormen.

In Verlichting in Nederland 1650-1850 wordt bij voorkeur op empirische wijze aandacht gevraagd voor een historische werkelijkheid waarin verlichte en religieuze elementen in alle veelkleurigheid naast elkaar bestonden en soms in een complexe, veelzijdige verstandhouding door elkaar lagen. Vaak blijkt hoe ingewikkeld die relatie was, niet slechts vanwege de bonte verscheidenheid van het verleden zelf, maar zeker ook vanwege een fundamenteler historiografisch probleem. De manieren waarop wij vanuit het heden terugkijken op het verleden, zijn namelijk nogal divers, en bovendien blijken de begrippen die wij daarbij hanteren, maar al te vaak slechts een beperkte bruikbaarheid te hebben. Onwillekeurig glijdt de realiteit der geschiedenis soms weg van onder de etiketten die wij historici zojuist zorgvuldig geplakt hadden.

Het is de complexiteit van de Verlichting die de latere beschouwer nogal eens verwart: rationaliteit en non-rationaliteit lagen in die tijd klaarblijkelijk dooreen op een manier die gestructureerd is volgens een andere logica dan de onze. Eens te meer roept die constatering de vraag op of wij in navolging van coryfeeën als Jonathan Israel de Verlichting niet te gemakkelijk als zuiver rationalistisch voorstellen. Klopt ons interpretatiekader (‘narratio’) wel en hanteren we wel het juiste instrumentarium?

‘Vreemde’ Verlichting

Na decennia van modern onderzoek en prachtige synthetische studies blijken sommige aspecten van de Verlichting ons in zekere zin nog altijd ‘vreemd’. Wat wij als contradictoir ervaren, was dat in de beleving van de achttiende-eeuwer kennelijk nog niet, omdat sommige verschillen nog niet waren uitgekristalliseerd.

Wel heeft het er alle schijn van dat de messen in de loop van de achttiende eeuw verder zijn geslepen. Meer dan voorheen lijken de strijdende partijen uit te gaan van elkaars kwade trouw. Maar niet alleen kwamen de extremen verder uit elkaar te liggen – hetgeen het gesignaleerde negentiende-eeuwse zwart-wit-schema een zekere plausibiliteit verleende –, ook het spectrum werd breder. Dat de Verlichting er door al deze onverwachte grijstinten in onze ogen soms misschien wat vreemder op wordt, moeten we maar voor lief nemen. Voor het geschiedbeeld is die toegenomen nuance alleen maar winst.

Plaats een reactie

Name (required)

E-mail (required)

Een avatar? Ga naar www.gravatar.com

Onthoud mij
Hou me op de hoogte van reacties