Leiden Religie Blog

Zelfverhongering als publiek spektakel

Zelfverhongering als publiek spektakel photo by "Walters Art Museum Illuminated Manuscripts", via flickr.com

In leven blijven op alleen de hostie was een bekend verschijnsel in de Middeleeuwen. Dit gedrag werd gepresenteerd als een publieke performance.

In Peter Delpeuts roman Het vergeten seizoen (2007) worstelt Pastoor Peters met de devotie van zijn armoedige medemensen die hun hoop gevestigd hebben op de zeventienjarige Lidia. Sinds dit langdurige zieke meisje elke vrijdag de wondertekenen van Christus ontvangt en bovendien claimt in leven te blijven door alleen het Heilig Sacrament consumeren, dromt een menigte wekelijks samen voor het eenvoudige huisje waar zij woont. Pastoor Peters heeft als formele opdracht het wonder te onderzoeken, maar besluit direct dat deze gebeurtenissen als bedrog ontmaskerd moeten worden. Hoewel Delpeuts roman zich afspeelt in de negentiende eeuw, biedt het een prachtige fictieve uitwerking van de middeleeuwse dynamiek tussen religieuze vrouwen en hun publiek.

Eerst zien en dan geloven?

Er bestaan diverse middeleeuwse bronnen over vrouwen die extreem vastten maar toch in leven bleven doordat ze regelmatig ter communie gingen. Enkele van hen, zoals Liedewij van Schiedam, waren door ziekte bedlegerig en anderen kozen ervoor om, al dan niet tijdelijk, als kluizenaars te leven.

In Delpeuts roman wordt een dergelijke situatie treffend geschetst wanneer Lidia’s bebloede hoofdkapje uiteindelijk het enige is dat nog aan de menigte getoond wordt. Pastoor Peters merkt hier teleurgesteld over op dat de devotie van de dorpsbewoners echter alleen maar lijkt te groeien naarmate Lidia zich verder uit de maatschappij terug trekt.

Heiligheid

Van de middeleeuwse bronnen kunnen we niet precies achterhalen in hoeverre zij op een historische werkelijkheid gebaseerd zijn. Het is bijvoorbeeld aannemelijk dat de auteurs van deze bronnen – die vaak als geestelijk leider de vrouwen bijstonden – het leven van hun pupil zo bijzonder mogelijk wilden doen voorkomen, bijvoorbeeld om een heiligverklaring te bespoedigen.

Wel kunnen we stellen dat de bronnen een beeld geven van hoe de auteurs dachten over extreem vasten als onderdeel van vrouwelijke heiligheid. Daarbij valt vooral op dat de bronnen heel nadrukkelijk het publieke karakter van deze toch wel zeer intieme gedraging benoemen. Zo beroepen de bronnen zich op ooggetuigen doordat zij beschrijven dat er soms toeschouwers aanwezig waren. Je kunt je dus afvragen hoe afgezonderd de aspirant heiligen eigenlijk leefden. Bovendien is het opmerkelijk dat de auteurs van heiligenlevens speciaal benadrukken dat het niet-eten van religieuze vrouwen bij anderen bekend was.

Op zich is dit niet zo verwonderlijk: in recente studies over de middeleeuwen (bijvoorbeeld het werk van Ellen Kittell en Elina Gertsman) is betoogd dat de maatschappij destijds doordrenkt moet zijn geweest met publieke handelingen. Maar als dat het geval was, waarom moet dit publieke aspect van het vasten dan zo nadrukkelijk worden benoemd?

De reden is dat heiligheid alleen kan bestaan bij gratie van een publiek. Net zoals het tegenwoordig geen zin heeft om jezelf populair te verklaren als er niemand is die dat bevestigt, had het in de middeleeuwen geen zin om naar heiligheid te streven als er niemand was die daarvan op de hoogte was. Het gedrag van de aspirant heilige en de bevestiging van haar publiek vormen samen de performance van heiligheid.

Onzichtbaar

Het probleem bij deze vorm van performance is echter dat vasten een vorm van niet-doen is. Als iemand eet en er zijn anderen bij, dan is dat zichtbaar voor dat publiek. Maar wat is er zichtbaar als iemand stopt met eten en dus juist iets ‘niet’ doet? In de middeleeuwse bronnen wordt het niet-eten van de religieuze vrouwen op verschillende manieren met een publiek gedeeld.

Volgens de auteurs vertelden deze aspirant heiligen bijvoorbeeld aan anderen dat ze niet konden of wilden eten. Ook werd het vasten zichtbaar gemaakt door dingen die juist wel gedaan werden. Zoals de publieke weigering van aangeboden voedsel. Er waren ook vrouwen die deze giften juist wel aannamen, zodat ze dit eten dan konden uitdelen aan de armen en behoeftigen.

En waar Pastoor Peters in Het verloren seizoen probeert om Lidia te ontmaskeren als een bedriegster, beschrijven de middeleeuwse bronnen dat aspirant heiligen soms op de proef gesteld werden door sceptische toeschouwers. Het 'niet doen' wordt in de bronnen dus duidelijk gemaakt aan de hand van wat er volgens de auteurs wel gedaan werd.

Eén van Pastoor Peters’ grootste ergernissen is dat hij zelf ook van zijn stuk gebracht wordt door de aanblik van Lidia’s weggeteerde lichaam dat lijkt te lijden in navolging van Christus. Dit maakt dat hij – juist door de performance te aanschouwen – heen en weer geslingerd wordt tussen geloof en ongeloof. Hij is geestelijk leider en toeschouwer tegelijk. Delpeut schetst de menselijkheid van Pastoor Peters op een aansprekende manier en dit is een perspectief dat we bij bestudering van de middeleeuwse bronnen niet mogen vergeten: de auteurs zijn niet alleen verslagleggers maar juist ook toeschouwers en mede-makers van het spektakel dus we ‘kijken’ door hun ogen.

Dit artikel is gebaseerd op Nanouschka's onderzoek “Fasting in the public eye: medieval ideas about saintly self-starvation and spectatorship”, dat wordt begeleid door prof. dr. Gerard Wiegers en dr. Jacqueline Borsje en gefinancierd wordt door NWO (Promoties in de Geesteswetenschappen 2015).

2 Comments

H. van Ravenhorst
Geplaatst 12 februari 2016, 08:49 door H. van Ravenhorst

De Rooms Katholieke vorm van heiligheid.
Mattheus 6 geeft een ander advies.
In die tijd kon of mocht niet iedereen de Bijbel lezen.
Dat vind ik het mooie van de Bijbel, die zet een totaal andere werkelijkheid tegenover die waar we collectief naar af dreigen te dwalen.

Bert Brouwer
Geplaatst 6 juni 2016, 16:25 door Bert Brouwer

Mattheus 6: Doe je goede werken niet voor het oog van de wereld maar in het verborgene, dan zal God je belonen.
Mattheus 5: Laat je licht schijnen voor de wereld zodat mensen je goede werken zien en God zullen verheerlijken.

Nog zo’n leuke hersenkraker voor Nederlandse en Vlaamse katholieken is deze: is het nu “leid ons niet in bekoring” of “breng ons niet in beproeving”, zoals in het Onze Vader nieuwe stijl dat met de advent wordt ingevoerd? Want is het toch het laatste, mogen katholieken dan eigenlijk nog wel doen aan vasten, onthouding en versterving, of is dat vanaf eind november dan het kwade waarvan God ons zal verlossen?
Misschien een idee voor een volgende blog?

Plaats een reactie

Name (required)

E-mail (required)

Een avatar? Ga naar www.gravatar.com

Onthoud mij
Hou me op de hoogte van reacties