Leiden Religie Blog

Gog en Magog - geweld en geweldloosheid in het jodendom

Gog en Magog - geweld en geweldloosheid in het jodendom Ricky Romero, via flickr.com

Bij de interpretatie van een religieuze tekst spelen meer zaken een rol dan alleen tekstuitleg.

In het bijbelboek Ezechiël staat een merkwaardige profetie over de eindtijd. De koning Gog van Magog zal “in het noorden” zijn troepen verzamelen en tegen Israël ten strijde trekken. Terwijl Israël zelf onwetend en onbeschermd is, zal God voor zijn volk vechten en de vijand verslaan. Eindeloos is er binnen de joodse traditie gespeculeerd over de identiteit van deze Gog. En ook daarbuiten. Zelfs de Koran lijkt het motief te kennen. In soera 21 wordt er gesproken over Ya’juj en Ma’juj.

Verschillende interpretaties

Interessant genoeg variëren de interpretaties niet alleen, sommige lijken elkaar zelfs uit te sluiten. Ik noem hier twee radicaal tegengestelde: die van de joodse filosoof Martin Buber (1878-1965) en die van de Amerikaans-Israëlische rabbi Meir Kahane (1932-1990). Beiden hebben zich met de profetie beziggehouden. Kort gezegd kwam Buber tot een ‘pacifistische’, Kahane tot een ‘oorlogszuchtigere’ lezing.

In mijn bijdrage aan een deze herfst te verschijnen boek over religie en geweld (The Root Causes of Terrorism: A Religious Studies Perspective, onder redactie van Mahmoud Masaeli en mijzelf, uitkomend bij Cambridge Publishing) ga ik nader op beide lezingen in, en zal ik bovendien deze lezingen situeren in een breder hermeneutisch perspectief op de Ezechiël-profetie. In deze column houd ik een enkele vooroefening. Wie geïnteresseerd is in een uitgebreidere lezing, verwijs ik naar bovengenoemd boek over religie en geweld.

Het fascineert mij mateloos dat één en dezelfde religieuze tekst tot radicaal tegenovergestelde benaderingen kan leiden. Hoogstwaarschijnlijk is er bij een interpretatie meer aan de hand dan alleen tekstuitleg; Buber en Kahane hebben beiden een geheel andere denkwereld en die beïnvloedde beider lezing van de profetie.

Martin Buber

Martin Buber is bekend geworden als joods denker met een sterk mystieke inslag. In 1938 net op tijd gevlucht uit nazi-Duitsland naar Israël, was hij na de oorlog één van de eersten die pleitte voor verzoening tussen Israël en Duitsland. Tevens had hij zich, nog vóór zijn emigratie, sterk gemaakt voor een vreedzame co-existentie tussen Joden en Arabieren: twee bevolkingsgroepen die destijds reeds in het toenmalige Palestina leefden, lang voor de stichting van de staat Israël.

Binnen de joodse orthodoxie is Buber geen vanzelfsprekende figuur (zo men hem überhaupt al kent). In zijn roman Gog und Magog laat hij een personage de waarschuwing uitspreken, dat het actieve gevecht met de vorst van het kwaad het risico loopt tot ditzelfde kwaad te vervallen! Wie de strijd met een aardse vijand aanbindt, is voor hij het weet vertroebeld door dezelfde boosaardigheid. Wellicht weerspiegelt de opkomst en de groei van Gog een innerlijk kwaad in onze eigen ziel, en dienen we eerst die ziel te zuiveren.

Meir Kahane

Uitspraken als die van Buber kunnen we niet vernemen bij Meir Kahane. Kahane groeide op in New York, in een gezin waar Vladimir Jabotinski, een joods-Russische vrijheidsstrijder uit de vooroorlogse periode, over de vloer kwam. De holocaust, het antisemitisme in het Amerika van zijn dagen alsook in de Sovjet-Unie, hebben van Kahane een radicale pleitbezorger van een volledig joods Israël gemaakt, zonder Arabieren.

Na zijn emigratie naar Israël richtte Kahane de Kach-partij op, die zijn idealen moest verwezenlijken van een gezuiverd Israël, waarin de Thora de leidraad voor het alledaagse leven zou vormen. Omdat de aanhangers van deze partij geweld jegens Arabische inwoners van Israël niet schuwden, en Kach hun actieve verdrijving van Israëlisch grondgebied tot speerpunt had gemaakt, werd deze partij door het Israëlische hooggerechtshof verboden.

Ook Kahane beriep zich in zijn geschriften op de eindtijdsprofetie over Gog en Magog. Hij vatte deze juist op als een waarschuwing: als Israël geen volledig joodse staat zou worden, levend naar de Thora, zou de eindtijd gepaard gaan met vreselijk geweld. In het andere geval zou dit de wereld bespaard blijven. De heerschappij van Gog symboliseert in de ogen van Kahane de landen die de naam van God en Israël ontheiligen. Als Gog berouw toont zal God dat zeker aanvaarden. Maar zo lang Gog doorgaat in zijn arrogante Chilul Hashem (het in diskrediet brengen van het geloof in God), zal God de tijd bepalen voor Zijn wraak en Gog verleiden tot het ontvangen van zijn straf.

Zowel Buber als Kahane kunnen zich op motieven uit de joodse traditie beroepen. De vreedzame uitleg van Buber zal waarschijnlijk de meeste lezers, inclusief ondergetekende, aanspreken. Toch verdient het aanbeveling de overwegingen van Kahane niet direct terzijde te schuiven. De voortdurende terroristische aanslagen in Israël, de gewelddadige oorlogen in de omringende Arabische wereld, de radicaal-islamitische aanslagen en het nimmer aflatende antisemitisme wereldwijd, hebben bij sommige Israëli’s opnieuw sympathie voor Kahane’s standpunten gebracht.

Ik vat hun keuze op als ingegeven door wanhoop, angst, woede en/of moedeloosheid. Mutatis mutandis hebben ook alle Europese landen hun eigen ‘Kahane’, al is de dreiging waaraan hun inwoners bloot staan een stuk minder reëel.

1 Comment

Bert Brouwer
Geplaatst 7 juni 2016, 14:36 door Bert Brouwer

De ene visie hoeft de andere niet uit te sluiten, zoals bij Kain, die zijn innerlijke demonen niet de baas was en toen Abel naar het leven stond.

Plaats een reactie

Name (required)

E-mail (required)

Een avatar? Ga naar www.gravatar.com

Onthoud mij
Hou me op de hoogte van reacties